Gisteren kwam ik terug van een bergwandeling in Oostenrijk. Oneindige natuurkrachten ervaren, een 3D-visie van het jewelste, het lekkerste water in de wereld en de bijzondere ontmoetingen boven op de hut zijn voor mij puur helend. Een tocht in barefoot schoenen triggerde bij mij het volgende vrij-geässocieërde gedachtenpatroon.

Mijn idee van het paradijs

Ik was nonchalant voorbereid op de tocht. Oude reistas die ook als rugzak gedragen kan worden, tuinbroek en shirt, regenjas die ook als sauna dient. Maar goed, het gaat om het lopen en dus had ik keigoede wandelschoenen bij me.

Echter, ik ben niet meer zo van de klomp-achtige dingen. Ze wegen een ton en niets aan mijn voet beweegt. Na al de MELT cursussen die ik intussen heb gegeven heb ik behoefte aan steeds lichtere schoenen, aan steeds meer voelen met mijn voeten en wiggelen van mijn toes.

Jaren geleden zag ik hoog in de bergen iemand een steile helling van steengruis naar beneden rennen (!). Op blote voeten. Toen hij dichterbij kwam zag ik dat hij bijzonder lichte schoenen met 5 afzonderlijke tenen aan had en ging met hem in een inspirerend gesprek.
Dus had ik voor deze reis eindelijk gekeken naar barefoot schoenen. Eigenlijk is het maar een zooltje met wat leer of stof, dus een schoen zonder tussenzool. 2 modellen bevielen spontaan.

De ene is de Merrell Vapor Glove 3 Luna Leather. Licht als een veertje, het loopt echt als op blote voeten maar dan zonder spitse-steentjes-pijntjes. Is nu al weer uit productie want de vorderingen in de technology gaan zo razendsnel (zeggen ze..).
Deze had ik niet mee in de bergen want het zooltje is goed voor in het Amsterdamse bos of de Ardennen, maar niet meer.

En de andere is de Vibram 5 Fingers Trek Ascent. Met speciale teensokjes erbij duurt het ongeveer 5 minuten om alles aan te trekken, maar dan is ook hier het gevoel fenomenaal licht en duidelijk. Alles kan ik voelen, maar zonder steekjes. De zool is duidelijk steviger dan bij de Merrell, hij heet ook ‘Trek’ dus is goed voor tochten. Maar zou die goed zijn voor een bergtocht?

En toen kwam de dag van de tocht en heb ik mijn stoute vijf-vinger-tochtschoenen omgedaan. Als backup had ik wel mijn 5 kg aan bergschoenen op de rug.
Dus we gingen op weg, met rugzak en al. Op de foto zie je de ondergrond die de hele dag zo bleef. Kleine steentjes, grote rotsen, een heel klein beetje scherp zand of licht grind, maar daar lacht die schoen alleen maar over.

De Vibram Trek Ascent in de bergen

Het was me de vorige dag al opgevallen dat tijdens de Aufstieg – de weg omhoog naar de hut – de voeten in bergschoenen worden neergeplompt, zonder finesse. Het zijn zware gewichten, je weet dat je toch niets voelt en zo liep ik bijna zonder na te denken over de scherpste randjes, stond ik op puntjes, klemde ik de zool tussen rotsen om te staan. Is natuurlijk ook bijzonder dat je dit alles kunt doen zonder ook maar iets van pijn te voelen.
Als je dan wat moe wordt, zet je de schoenen nog onbewuster neer. Omdat ze best zwaar zijn, voelde ik de neiging om de benen met mijn bekken naar voren te slingeren. Lopen wordt dan iets als slingeren met gewichten, je doet niet meer aan afrollen. Met de dikke zolen is afrollen sowieso meer iets van over de onflexibele zool kantelen.

Maar met de Vibram’s! Ik voelde me net een berggeit en kreeg als feedback dat ik als een ballerina over de rotsen dansde. Echt, het was als op blote voeten zonder pijn over de rotsen huppelen. Alles voel je, de zool houdt vast aan de kleine kantjes en oneffenheden, ze is sterk genoeg om op de spitsen te kunnen staan, maar je moet natuurlijk ook je ogen gebruiken.

Ik voelde me goed die dag, had voldoende geslapen en was gewend aan de hoogte. De temperatuur was niet meer zo moordend heet als de vorige dag. Ik ben geen vijftig meer, maar voelde me veertig, echt waar, hoor. Lekker in mijn kracht, de coördinatie van mijn bewegingen over de stenen heen was om van te genieten. Maar af en toe stootte ik wel mijn teen en werd ik me bewust van de relatieve kwetsbaarheid van mijn voeten in vergelijking met de grote bergschoenen. Logisch. En toch zo lekker om als een berg-elfje over de stenen te glijden.

Ik besloot tijdens de jause – dat is bergs voor lekkere schnabbelei met alles wat een Duitser lekker vindt zoals Speck, rookworst, bergkaas en droog brood – dat het wel genoeg was geweest, omdat ik niet uit vermoeidheid mijn voeten wilde blesseren. Dus deed ik op de tocht terug de 5 kg bergschoenen aan.

Jezus! De enige vergelijking die in me opkwam was masseren met bokshandschoenen aan. Zeker, ik kon ondersteboven met de schoenen in een rotsspleet hangen zonder blessuur, maar van voelen of bewegen was geen sprake meer. Wél van een heel ander manier van wandelen.

In de bergen en ook thuis word ik gevraagd waarom ik op blote voeten wil lopen. Ik dacht dat het logisch was. Niets leukers dan licht en vrij te kunnen bewegen. Ik vind het voelen met de voeten zo lekker.
Maar mijn focus op voeten en lopen is de meesten vreemd. Misschien omdat je voeten ‘zo ver beneden zijn’ en meestal in al dat schoeisel toch niet te voelen zijn. Bovendien geloven velen dat voeten behalve pijn niet veel anders voelen.

We vinden het allemaal fijn hoe gevoelig onze huid aan vingers en handen is.
Ik denk dat we aan onze voeten een soortgelijke gevoeligheid hebben als aan onze handen. Stel je voor, God in zijn darwinistische gestalte die zegt: goed, jullie mogen nu van viervoeters naar tweevoeters ontwikkelen, maar in ruil daarvoor pak ik jullie gevoeligheid van de voeten af.
Als we naar de ontwikkeling van soorten kijken, ontdekken we een wetmatigheid. Alles heeft een functie. We kunnen bepaalde dingen ook afleiden. Zoals: als viervoeters op alle poten even gevoelig zijn omdat ze met hun poten de grond voelen, wat belangrijk is voor hun overleven, en wij alleen maar op twee voeten staan, dan kunnen we afleiden dat de voeten waar we als mensen mee op de grond staan even gevoelig zijn als die van viervoeters. Want wij moeten ook overleven.

Soms lopen onze twee poezen over onze kast die volstaat met kleine, grote, lichte, zware maar vooral breekbare voorwerpen. Zonder er ook maar een te raken. Hun pootjes passen bij wijze van spreken zelfs niet in de tussenruimte, dus hoe is het mogelijk!? Onze poezen hebben tussen hun teentjes kleine haar-, ja, wat zijn het, kleine haarpenseeltjes. Net als kleine voelsprieten. Ze gebruiken zelfs de haartjes tussen de tenen waardoor ze zo ongelofelijk goed kunnnen voelen en daardoor geluidloos kunnen sluipen.

Fluffy’s teentjes-haar

Toen onze poezen werden gesteriliseerd likte de een steeds haar lidteken open en moesten we haar een soort jasje aandoen zodat ze daar niet meer kon likken.
Maar het jasje was best krap, ons pluizig diertje leek daarin een dunne braadworst op 4 benen. Al haar haar paste er bijna niet in en werd plat gedrukt.

Met haar voelsprieten ingepakt voelt Beertje niets meer

En wat gebeurde? Ze liep alsof ze teveel gedronken had. Echt zielig, ze kon zich nauwelijks op de benen houden. Had geen gevoel van oriëntatie in de ruimte meer. Want al haar voelsprieten waren verpletterd. Dit laat zien hoe noodzakelijk tactiele indrukken zijn voor preciese beweging (misschien werpt dit licht op de oude Hobbit groet: ‘May the hair on your toes never fall out!’).

We zijn aan de voeten even gevoelig als aan de handen. Net als bij dieren helpt de waarneming aan de voeten ons oriënteren en bewegen. Hoe meer ik voel, hoe vrijer en precieser ik beweeg.

Moet je nu barefoot schoenen dragen? Nee. Of bergwandelen? Nee. Of je haar niet meer knippen? Nee. Meedoen aan de volgende MELT cursus? Misschien, als je letterlijk meer ontspannen in je leven wil staan.
Dit alles borrelde gewoon door mijn hoofd terwijl ik in de bergen op mijn 5-vinger-schoenen liep. Ergens heeft dit alles met elkaar te maken en het leek me fascinerend genoeg, toch?

Op je gezondheid!